HERINNERINGEN AAN

El Sombra Marajuyo

* 14-09-1995 - † 01-04-2009

 

Op 1 april 2009 heb ik El Sombra Mararuyo na 13 jaar en bijna 7 maanden moeten laten inslapen.

Als zesde pup van het E-nest wordt een grijs gevlamde (Gris charbonné) Tervuerense herder geboren uit Groenendaeler ouders. Ik had de naam al bedacht “Sombra” (Spaans voor schaduw), maar het nest moest vanwege de stamboom met een “E” beginnen, vandaar “El Sombra Mararuyo”. Er werd mij vertelt dat Sombra kon “lachen” en dat ik daar niet van schrikken moest. Sombra komt begin november 1995 in Delft wonen en is een licht blonde pup die in de loop van zijn leven ging “platelen” – zijn vacht werd dus langzaam donkerder.

De eerste week sliep Sombra bij mij op de kamer in een mand en een nestdeken tot ik heftig de griep kreeg – Sombra is toen naar beneden verhuisd en dat ging eigenlijk zonder problemen – die eerste week is wel belangrijk geweest voor de band die wij samen hadden. In de woonkamer had je ’s avonds een vaste plek en een eigen kleed – je kon op latere leeftijd echt staan wachten tot het kleed kwam zodat jij daar lekker op kon liggen slapen.

Natuurlijk was het belangrijk om je goed te socialiseren in de eerste maanden– dus ging je mee naar de markt, naar de Sinterklaasintocht en werden er situaties gezocht die belangrijk konden zijn. In de eerste maanden kreeg ik de vraag of ik een beer had gekocht of anders was het vast een wolf! Het buurjongetje zei dat Sombra vast mooie puppies zou krijgen – toen ik zei dat dit niet kon omdat jij een mannetje was reageerde hij dat jij vast wel mooie puppies zou maken! Helaas is er nooit een verzoek gekomen om je als dekreu in te zetten dus je hebt je genen niet door kunnen geven aan een nieuwe generatie van Tervuerense herders.

Bij de clubmatch van Mararuyo in juni 1996 werd jij als beste geselecteerd van het E-nest. De keurmeester schrijf in zijn rapport het volgende: “prachtig zwart masker, vloeïende hals-rug lijn, evenredig gehoekt, temperamentvolle hond met veel bone, zeer goed type van 9 maanden oud, mooie donkere amandelvorm ogen”. Inmiddels was inderdaad te merken dat jij kon “lachen” – een typische gezicht om een hond zijn lip te zien op trekken en dan heel blij te zien. Prachtig! Sombra werd dan ook bij de dierenarts bekend onder “Mul10” of wel de lachende herder.

In januari 1996 zijn we begonnen met de puppy-training en daar ben je als beste van de puppy-klas geslaagd met de hoogste cijfers. De puppy-training was binnen in een overdekte hal en elke vrijdagavond liepen wij naar de trainingslocatie toe. Samen hebben wij jaren bij de KC Delft getraind (op de zaterdag) en hebben zelfs de G&G-1-examens gelopen. De oefening “blijf uit zicht” was een drama – als schaduw wil je natuurlijk niet alleen achter blijven bij een vreemde examinator maar sta je op en zoek je de baas. Vandaar dat het VEG-examen geen gemakkelijk examen was – de “blijf-uit-zicht” oefening was verplicht en dan kun je wel negens en tienen halen voor alle andere oefeningen, dat helpt niet. Een keer hebben wij meegedaan aan de clubkampioenschappen – ik was altijd zenuwachtig voor examens en kampioenschappen – maar jij deed netjes je best en werd in de stromende regen derde! Na het halen van het VEG-examen zijn wij op dinsdagavond behendigheid gaan doen – en dat vond je leuk – vooral van de paaltjes, de A-schutting en de tunnels kon je geen genoeg krijgen. Je liep geen trappen in het huis, maar leerde wel traplopen met de behendigheidcursus.

Voor de examens werd er extra geoefend op het terreintje van de Sint Eustatiusstraat. Tijdens het examen stond ik dikwijls stijf van de zenuwen en wist ik “links” en “rechts” niet meer van elkaar te onderscheiden, maar dan leidde jij ons wel – luisterend naar de commando’s van de instructeur ging jij linksaf of rechtsaf! Het laatste jaar hebben wij nog een jaar mee getraind bij HV de Schie in Delft – je was toen bijna 8 jaar oud.

Sombra wilde eigenlijk altijd contact hebben met ons (“de roedel”). Als er koffie werd gedronken ’s ochtends dan zorgde hij wel dat je in de buurt zat of kwam te liggen zodat er contact was. Graag lag je aan iemands voeten en mocht die even opstaan dan bleef jij liggen wachten op de terugkeer. Ook een tafelvoet of stoelpool was een goede ruggensteun voor je. Als de naaimachine op tafel kwam dan wist jij niet hoe snel je bij het voetpedaal moest komen liggen om er zo bij te horen. Werd de stofzuiger aangezet dan stond jij al klaar om ook even met de stofzuiger geföhnd te worden. Ook wanneer de borstel werd getoond kwam je aan lopen – lekker even de losse haren uit de vacht en natuurlijk aandacht!

Deze manier van contact houden was een communicatiemiddel voor je. Hetzelfde als het “huilen als een wolf” – dat spelletje speelden wij vaak in de Delftse Hout – jij echode je antwoord dan terug. Je herkende diverse handgebaren zoals “stop”, “zit” of “wacht”. Jij pakte nooit iets uit de linkerhand. “Bij” was rechtsaf en “terug” betekende een linkse draai. “Toe maar” was veilig oversteken maar wel naast blijven lopen. Ook het woordje “heet” begreep je wel – als de Rodi of de kip warm werd opgediend met het commando “heet” dan bleef je keurig wachten. Op het commando “plat” ging je op je zij liggen! Als er werd gezegd “zoek tak” dan ging jij op zoek naar een tak en je pakte deze pas op als deze goedgekeurd was (voldoende dikte en stevigheid) en dan het commando “oké” kreeg.

Om jou uit te laten was er een speciale jas – je werd gehaald met een jas met een bontkraag en je bleef in je verdere leven “verliefd” op jassen met bontjes. Wanneer ik een andere jas pakte van de kapstop wist jij dat jij niet mee mocht maar alleen gedag mocht komen zeggen. Wanneer jouw jas werd gepakt (ook op de laatste dag) dan kwam je overeind en kwispelde je omdat je mee mocht. Alleen wanneer ik niesde dan schoot jij weg – tegen deze decibellen was je gevoelige gehoor niet bestand!

Je was niet dikwijls alleen thuis, maar als dat eens moest dan bleef je achter na het geven van een stukje kip en werd er niets vernield. De maximale duur van onze afwezigheid is wel 8 uur geweest vanwege begrafenissen. Het liefst had je toch de routine en jij wist de volgorde. Elke ochtend werd je om 06.30 uur uitgelaten (wanneer de mok met thee werd neergezet stond Sombra al op), daarna om 10.00 uur (baasje ben je nog niet klaar?) en dan een lange wandeling van 12.00 tot 14.00 uur om dan in het begin van de avond en laat in de avond nog een korte wandeling te maken.

De schemering van de oude dag is iets wat ik na het 12e jaar wel zag. Ook toen werd er vaak een compliment gemaakt door wandelaars: “wat heeft u een mooie hond – het lijkt wel een wolf”. Je ging klappertanden als er bekenden langs kwamen of als wij thuis kwamen van werk of boodschappen doen. In september 2007 kreeg je een “hot spot” op de rug. Bij dat consult bij de dierenarts ontdekte zij dat een van je testikels was vergroot. Ik schrok en dacht “kanker hij gaat dood”, maar de dierenarts stelde mij gerust en gaf het advies gewoon veel plezier te maken met elkaar!

Bij de inentingen van december 2008 was er een moeilijk gesprek met Maartje – wat stond ons te wachten. Je testikel was enorm gegroeid, je vacht was dun, je nek kaal, je tranende ogen moesten dagelijks diverse keren worden schoongemaakt, je droeg een beschermende bontkraag om je kale nek te beschermen, je blaffen werd hees, je ging ruiken en had last van de gewrichten en kon soms moeilijk zitten en het opstaan ging ook moeilijk. De dierenarts vroeg of je nog zindelijk was, ons nog herkende, nog graag naar buiten ging en goed at en dronk. Met het bevestigende antwoord kregen wij het advies gewoon plezier te blijven maken, maar dat er “over een paar maanden wel een andere situatie zou kunnen ontstaan”. Wel kreeg ik Rimadyl smakelijk mee om je te helpen bij het moeilijke opstaan en liggen. Bij deze laatste controle woog Sombra 32 kg. De afspraak is toen gemaakt dat - als jij niet meer kon - het moeilijke besluit zou worden genomen en je thuis mocht inslapen. Ik kocht bij de Intratuin zakken van drie kilo voer en elke drie weken was er een nieuw bezoek aan het tuincentrum nodig. In februari 2009 was de 15 kilo zak in de aanbieding en ik nam die mee hopend dat er nog vele zakken van 15 kilo gekocht mochten worden. Helaas heb je deze laatste zak niet helemaal op mogen maken. Een laatste zomer was je niet meer gegeven, er was te veel mis met je gezondheid om je nog verder te laten leven…..

In de laatste week van maart kreeg je last van je nek – als je op je rechterzijde lag dan kon je het hoofd het laatste stuk niet rustig laten zakken maar viel dit met een klap naar beneden. Ook lag je enorm te trillen en was dit alleen te stoppen door fysiek contact met je hand of voet te maken.

Toen werd het dan 1 april 2009. Op deze woensdagochtend liepen wij ons rondje en je had nergens last van. Toen ik naar kantoor ging kwam je ook nog een pootje geven om gedag te zeggen; het was dus een hele schok dat ik om 11.15 uur op kantoor werd gebeld met de mededeling dat Sombra niet in orde was. Je wilde niet meer eten of drinken, had het benauwd, bleef maar overgeven en kon niet meer overeind komen. De dierenarts kon (ondanks de belofte) niet op huisbezoek komen Toen ik thuis kwam zag ik hoe je er aan toe was – dit was niet waardig voor je – je kop stond scheef en je wenkbrauwen bleven maar knipperen. Je lag in de tuin en toen ik daar naar toe kwam kwispelde je met je staart, probeerde  overeind te krabbelen maar zakte in elkaar – ik heb je over de drempel getild en naar binnen gebracht, daar heb ik de laatste foto’s van je gemaakt. De afspraak was gemaakt om 19.45 uur bij de dierenarts – het moeilijkste besluit was genomen. Omdat je niet meer kon lopen is de dierenambulance gebeld. Ik heb je alleen weg gebracht. In de dierenambulance plaste je de boel onder. Bij de dierenarts bleek dat je zowat geen bloeddruk meer had en daardoor was het niet makkelijk om je te prikken…..

Bij de dierenarts hield ik je vast – en jij keek mij aandachtig aan,
Alsof je zei: “laat deze kwelling toch alsjeblieft overgaan”.
Sombra er was geen andere keus – de tijd was echt gekomen,
Je werd in slaap gebracht en mocht rustig dromen.
Misschien hoorde nog je het laatste verdrietige commando van mij:
Terwijl ik je aaide: ”Sombra, ik ben erbij - ga maar – Sombra vrij!”

Sombra, je ging over de regenboog en bent daar heel blij,
Je loopt lekker rond en beweegt je weer sierlijk en vrij.
Je speelt met andere honden, maar ooit op een dag zie je mij,
Je zwaait met je staart – deze ontmoeting maakt jou blij.
Ik weet zeker dat het Sombra is die mij dan begroet,
De mooie herder met die typische “glimlach” om je snoet!

Met een warm hart bewaar ik deze herinneringen aan mijn Speciale Onvergetelijke Mooie Bijzondere Raadselachtige Aandachtige kanjer. Sombra – je bent niet meer bij mij – maar als een schaduw blijf je toch aan mij zij. Ontelbare stappen samen gelopen, maar nu is dat voor altijd afgelopen. Je bent uitgestrooid over de zee maar de herinneringen verdwijnen niet – die draag ik met mij mee.

Marga Mulder

Terug

Copyright © 2001 Marajuyo
Datum van laatste update: 16 april 2009.